Het woord bijles heeft de afgelopen jaren een andere lading gekregen. Waar het ooit draaide om extra ondersteuning en kansen creëren, wordt het tegenwoordig vaak gekoppeld aan kansenongelijkheid en verdienmodel. Toch zien de broers Sahin en Murat Yildirim, initiatiefnemers van Oxford Academy in Den Haag, iets anders: docenten en begeleiders als rolmodellen die levens kunnen veranderen.
Hun verhaal begint niet in een klaslokaal, maar in de Schilderwijk in Den Haag. In 2008 organiseerden zij voetbalwedstrijden, bezoeken aan hogescholen, universiteiten en de Tweede Kamer. Hun doel was simpel: kinderen van de straat halen, talenten ontwikkelen en perspectief bieden.
“Wij hadden nooit het plan om les te geven”, zeggen ze. “Dat ontstond vanuit de vraag van ouders.”
Een moeder stelde destijds een vraag die bleef hangen: ‘Ik kan mijn kinderen naar zwemles of gitaarles brengen, maar waar kan ik terecht voor hun ontwikkeling op school?’
Juist in die periode begonnen onderzoeken een zorgelijk beeld te schetsen. Nederland verloor terrein op het gebied van rekenen en leesvaardigheid. Ouders maakten zich zorgen over toetsen en schooladviezen die op jonge leeftijd grote invloed konden hebben op de toekomst van hun kinderen. Vooral voor gezinnen die onderwijs zagen als sleutel tot vooruitgang, groeide die behoefte aan extra begeleiding.
Murat Yildirim, die Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek studeerde aan de TU Delft, had mogelijkheden in het buitenland.
“Ik had aanbiedingen uit de Verenigde Staten en andere landen. Toch koos ik ervoor om iets te doen waarvan ik wist dat het impact zou hebben op de toekomst van kinderen.”
Zijn broer Sahin had een andere droom.
“Ik wilde diplomaat worden. Ik wilde verbinden, impact maken en verandering brengen. Ik ben geen diplomaat geworden, maar misschien begeleid ik nu wel toekomstige diplomaten.”
Wat begon met twee kinderen in een buurthuis groeide uit tot honderden leerlingen verspreid over verschillende Haagse wijken. Schooldirecteuren, ouders en docenten sloten zich aan. De resultaten verbeterden en gezinnen voelden zich ondersteund.
Maar de broers zagen ook een bredere ontwikkeling. Internationale onderzoeken zoals PISA lieten zien dat prestaties op leesvaardigheid, rekenen en wiskunde terugliepen. Lerarentekorten, grotere verschillen tussen leerlingen, digitalisering en de nasleep van corona vergrootten de druk op het onderwijs.
“De fundering van ons onderwijs staat onder druk”, zegt Sahin Yildirim. “En toch wordt de discussie vaak versmald naar bijles.”
Volgens hem ligt de kern ergens anders.
“Ik heb zelf nooit bijles gehad. Mijn docenten waren degenen die mij zagen, motiveerden en hielpen mijn dromen waar te maken. Docenten hebben enorme invloed op leerlingen. Zij bepalen vaak niet alleen schoolprestaties, maar ook zelfvertrouwen, ambitie en toekomstperspectief.”
Hij wijst naar politieke keuzes van de afgelopen jaren.
“We kunnen blijven zeggen dat bijles de kloof tussen arm en rijk vergroot. Maar ondertussen moeten we onszelf een grotere vraag stellen: waarom hebben steeds meer kinderen extra ondersteuning nodig? Onderwijs moet weer prioriteit worden.”
Daarom kiest Oxford Academy nu bewust voor een andere koers. Minder nadruk op termen als bijles, huiswerkbegeleiding of privéles, woorden die volgens hen steeds meer een negatieve associatie oproepen.
“Wij gaan terug naar waar het begon,” zeggen de broers. “Gelijke kansen creëren, talenten ontwikkelen, achterstanden verkleinen door extra ondersteuning en dromen realiseren. Of die droom nu van Jan, Mohammed, Fatima of Judith is.”